4 oktober 1917
 EDIT.jpg)
De gevechtsorde te Poelkapelle was als volgt, van noord naar zuid:
Van Houthulstbos tot Wallemolen: Vde Leger (generaal Gough)
Vanaf Wallemolen: IIde Leger (generaal Plumer) met uiterst links het Anzac-corps (Nieuw-Zeelanddivisie en 3de Australische Divisie)
In het Vde Britse Leger was de verdeling de volgende:
Van Vrijbos tot Treurniet:
XIV"1 Corps (generaal Watts)
Guards Division (generaal Feilding)
20 Light Division (generaal Douglas-Smith)
4th Regular Division (generaal Matheson)
Van Treurniet tot Wallemolen (Poelkapelle-dorp):
XVIII1'1 Corps ( generaal Maxse)
11th Northern Division (generaal Davies)
48th South Midland Division (generaal Fanshaw)
Omdat generaal Maxse, hoewel infanteriegeneraal, van alle legeroverheden het meest in het gebruik van tanks geloofde, én omdat de weg St-Juliaan-Poelkapelle de best verharde en dus de meest geschikte was om het gewicht van de tanks te dragen, werd de hoofdaanval (het veroveren van Poelkapelle) vooral aan zijn 11de en 48ste divisies toevertrouwd.
De 10de compagnie van het ondersteunende tankcorps onder bevel van majoor Marris (vervanger van maj. Haskett-Smith), d.w.z. 12 tanks (= drie secties van 4 stuks elk) van het D-bataljon, werd bevolen de opdracht uit te voeren, d.w.z. de infanterie bij te staan bij het veroveren van sterke stellingen.
Uit sectie 1 (onder kapitein Martin):
Tank D1 DRUID (It. Salmon)(Zie Foto's) Tank D13 DAME (It. Wallace)
- Terrier Farm bezetten
Tank D2 DUKE OF CORNWALL (lt. Smith)
Tank D3 DRONE (lt. Heffill)
- naar Gloster Farm
Alle tanks waren vrouwelijk, behalve D2.
Uit sectie 2 (onder kapitein Nicholls):
Tank D5 DAKOIT (lt. Wylie)
Tank D7 DEATHS HEAD (kapitein Boucher)
- ruïnes van Poelkapelle kerk bereiken
Tank D6 DEVIL ALA Y CARE (lt. Glasscock)
Tank D8 DIOGENES (lt. Short)
- kruising Ieperstraat - Langemarkstraat
De tanks D7 en D8 waren mannelijk, de andere vrouwelijk.
Uit sectie 3 (onder kapitein Makeown):
Tank D9 DAMOCLES (lt. Raynor)
Tank Dl 1 DOMINIE (lt. Cook)
- naar Ferdan House (Kangaroo Pond) (niet meer heropgebouwde hoeve aan de Oude Langemarkstraat)
Tank D10 DIANA (lt. Heptonstall)
Tank Dl2 DOROTHEA (lt. Dawe)
- als reserve in Poelkapelle dorp
D9 was mannelijk, de andere drie waren vrouwelijk.

Er werden twee bevoorradingsplaatsen voor brandstof, olie, water en munitie voorzien bij Regina Cross in St-Juliaan. Elke tank kreeg ook voldoende voorraden mee om een opslagplaats te creëren nabij Retour Crossing, dit zowel voor de tanks als voor de hele infanterie van het XVIIIde Corps, evenals twee postduiven om berichten van velslagen of hulpvragen te kunnen meedelen.
De tanks kwamen een dag vooraf in St-Juliaan aan en werden er in afwachting op het vertrekorder gecamoufleerd onder netten. Om middernacht vertrokken zij dan richting Poelkapelle, tot ongeveer de Lekkerboterbeek. Eén van de tanks, met name de D11 DOMINIE, was echter al na enkele minuten verplicht terug te keren wegens mechanisch defect. De andere ratelden moeizaam voort tot Retour Crossing, opgehouden door de boomstammen die de Duitsers over de weg hadden gelegd om de enige doorgang die de tanks konden nemen, te versperren. Die bomen moesten telkens door de tankbemanningen verwijderd worden, wat heel wat tijd kostte. Maar dit was niet zo erg, want het bleek dat de infanterie die de tanks op de hielen moest volgen, ook niet vlug kon opschieten volgens het opgelegde schema, en dat vanwege de verschrikkelijke modder en de aan elkaar grenzende granaattrechters.
.jpg)
De tanks van sectie 1 die naar Terrier Farm en Gloster Farm moesten, hadden intussen de hoofdweg verlaten en hun weg via de Waterstraat verder gezocht. Die was haast niet te vinden en men moest zich op het kompas oriënteren. Gelukkig was de ondergrond van die zijstraten nog stevig genoeg om de tanks te dragen. Toen Gloster Farm opdoemde, kwamen de 6-pounders van D2 in actie met het gevolg dat een deel van de bezetting de vlucht nam. De rest gaf zich dan maar over. Dat deed de bezetting van Terrier Farm vervolgens ook maar, zonder één poging tot verzet. De vier tanks hadden hun taak volbracht en keerden terug.
Op de grote weg naar St-Juliaan, in de buurt van Kerselaar (St-Juliaan), geraakte D1 DRUID van de weg af, slipte in de sloot en geraakte daar niet meer uit. Hij werd verlaten, bleef achter.
De drie andere tanks van deze sectie bereikten tegen de middag wel hun startpunt St-Juliaan, nadat ze gewacht hadden om de Warwicks-bataljons van de 48ste Divisie te steunen tegen een mogelijke tegenaanval van de 6e Beierse Divisie. Die er echter niet kwam. Vóór ze terugkeerden, leverden ze nog alle munitie en voorraden die ze mee hadden aan de infanteristen over.
De twee andere secties bereikten het zwaar gehavende kruispunt van de Langemarkstraat en de Houthulstseweg (waar nu het Guynemermonument staat). Er stond niets meer overeind, maar de puinhopen van de vroegere huizenrij toonden de tanks de meest waarschijnlijke loop van de vroegere straten. Daar zwermden de tanks open.
D5 DAKOIT drong om half acht Poelkapelle binnen, veroverde onmiddellijk enkele van de talrijke mitrailleursnesten in de vroegere kelders, en nam talrijke gevangenen, die ze overlieten aan de Lancaster-infanterie van de 11de Divisie. Terwijl ze vervolgens midden in het dorp poogden een scherpschuttersnest uit te schakelen, zonk tank D5 DAKOIT in een granaatkuil en kon er niet meer uitgeraken; de 'unditching beam' brak. Hij werd zodanig beschoten dat sergeant Proctor gedood werd en drie man ernstig gewond, onder wie de tankcommandant lt. Wylie. De tank bleef steken achter de puinen van de rijwoningen ten noordwesten van de kerk.
.jpg)
De vergezellende tank D7 DEATHS HEAD, die 50 Duitsers uit hun gevechtspost haalde en overgaf aan de infanterie, kon zijn taak ongedeerd volbrengen en om 12u naar zijn basis terugkeren, nadat hij ook een paar uur gewacht had op een mogelijke Duitse tegenaanval.
D6 DEVIL MAY CARE en D8 DIOGENES vonden hun doelen reeds door de infanterie veroverd en vochten zich dan maar ook een weg door de hoofdstraat om de talrijke bunkers onder vuur te nemen en gaven tenslotte hun munitievoorraden aan de infanterie over. Tank DIOGENES verzakte daarbij in een krater en kon zich met moeite bevrijden, daar de kettingen van zijn 'unditching beam' knapten. Hij moest losgetrokken worden door zijn medetank D6.
Ook de tanks van sectie 3 bereikten hun doelwitten, maar doordat zij rond Retour Crossing opgehouden werden door een vastgelopen tank, D12 DOROTHEA, kwamen ze bij hun objectieven pas aan toen die al door de infanterie waren bezet. Er verzakten er nog twee, één aan de kerk en één in de Houthulstseweg, maar ze konden zich na een paar uren zwoegen loswerken en hun munitie aan de infanterie afgeven. Buiten DAKOIT en DRUID bereikten ze allemaal hun basis St-Juliaan, volgeladen met gewonde infanteristen.
De tanks van het A-bataljon vertrokken ook vanuit St-Jan, maar opereerden zuidelijker. Hier valt een merkwaardige gebeurtenis te vermelden: Poelkapelle was intussen voor een deel bevrijd en de Britten konden hun stellingen houden tot ongeveer aan Retour Crossing. De week na 4 oktober werden de tanks even met rust gelaten, op enkele uitzonderingen na. Waarbij slechts enkele elementen werden ingezet.
7 oktober 1917
Onder andere werd een actie geprobeerd op 7 oktober door twee tanks, D2 DUKE of CORNWALL en D3 DRONE, in de richting van Burns Farm en Vacher Farm. Maar ze kwamen te laat, want die twee hoeven waren reeds door de infanterie ingenomen (en weer verloren). De tanks konden geen steun meer geven aan die infanterie omdat zij verzonken in de moerassen van de Lekkerboterbeek en omdat de zijstraat waarvan ze dachten dat ze nog voor tanks berijdbaar zou zijn (de huidige Waterstraat), dat niet meer was.

De infanterie moest Terrier Farm dus eigenlijk op eigen kracht veroveren.
Zulke operaties met enkele tanks waren slechts plaatselijke voorvallen, geen echte tankslagen.
Bron: Poelcapelle 1917:"Een spoor van tankwrakken" door Robert Baccarne.

